U bent door uw behandelend arts naar de afdeling radiologie verwezen om een onderzoek te ondergaan waarbij (mogelijk) contrastmiddel wordt toegediend. Het gaat om een jodiumhoudend contrastmiddel dat bij radiologische onderzoeken/behandelingen in uw bloedvaten wordt gespoten. Dit gebeurt meestal via een ader in de arm, maar soms ook via een bloedvat in de lies, elleboog of pols.
Algemene veiligheid
Bij de moderne contrastmiddelen komen zelden bijwerkingen voor. Voor uw veiligheid nemen we wel de volgende voorzorgsmaatregelen.
Nieren
Bij sommige patiënten dient er rekening te worden gehouden met een kans op beschadiging van de nieren. Daarom wordt in ACIBADEM bij alle patiënten die een onderzoek met jodiumhoudend contrastmiddel ondergaan, voor het onderzoek bloed geprikt om de nierfunctie te bepalen. Is uw nierfunctie al bekend in ACIBADEM en niet langer dan twaalf maanden geleden onderzocht, en is er in de tussentijd niets veranderd in uw gezondheid, dan is een nieuw bloedonderzoek niet nodig. Heeft u een chronische ziekte met een stabiele nierfunctie, dan is uw bloedonderzoek maximaal drie maanden geldig. Bij acute ziekte of verergering van een chronische ziekte is het onderzoek maximaal 7 dagen geldig.
Medicijnen
Er kunnen problemen ontstaan bij het gelijktijdig gebruik van jodiumhoudend contrastmiddel en bepaalde medicijnen. Het kan daarom noodzakelijk zijn dat u voor het onderzoek stopt met het innemen van bepaalde medicijnen. Uw arts zal aangeven hoe om te gaan met uw medicijnen rondom het onderzoek.
Extra drinken
We raden u aan de dag voor en na het onderzoek voldoende te drinken.
Overige maatregelen
Is in de periode, voorafgaand aan het onderzoek, een van de volgende situaties bij u van toepassing?
- Ernstige diarree of braken;
- Hoge koorts;
- U bent begonnen met nieuwe medicijnen die effect hebben op werking van de nieren;
- Het ontstaan van problemen aan hart- of bloedvaten
Neemt u dan, ook als u twijfelt, contact op met de arts die u heeft verwezen voor het onderzoek.
Effect op de nieren
Jodiumhoudende contrastmiddelen kunnen een tijdelijk of blijvende verslechtering van de nieren veroorzaken. Deze bijwerking wordt contrastnefropathie genoemd. Problemen kunnen zich voordoen bij:
- Nieren die al slecht werken;
- Suikerziekte (diabetes mellitus);
- Hart- en vaatziekten;
- Uitdroging, diarree of koorts;
- Te lage bloeddruk;
- Ziekte van Kahler;
- Ziekte van Waldenström;
- Leeftijd boven 75 jaar;
- Gebruik van plastabletten;
- Gebruik van NSAID’s. Deze middelen worden gebruikt tegen pijn en om ontstekingen te remmen.
of een combinatie van hier bovengenoemde omstandigheden.
Als uw nieren onvoldoende goed werken
Als uit laboratoriumonderzoek is gebleken dat de werking van uw nieren onvoldoende is, dan zult u door uw behandelend arts worden doorverwezen naar de internist dan wel nefroloog. De internist/nefroloog zal dan beoordelen:
- Of u voor (en soms ook na) het toedienen van contrast extra vocht moet krijgen toegediend via een infuus. Dit gaat via een dagopname.
- Of u moet stoppen met uw medicatie en zo ja wanneer u er weer met de medicatie mag starten.
Allergie
Het komt weinig voor dat mensen een allergische reactie hebben op jodiumhoudende contrastmiddelen, ook als zij vaker allergische reacties of astma hebben. Toch is het mogelijk dat er tijdens het onderzoek een allergische reactie ontstaat. Op de afdeling radiologie is elke ruimte waar contrastmiddelen wordt toegediend voorzien van een noodset met medicatie en hulpmiddelen tegen allergie en acute benauwdheid. Mocht u in het verleden als eens eerder een matige of ernstige contrastallergie hebben gehad, dan zal uw behandelend arts u verwijzen naar de internist. Deze zal preventief, voorafgaand het onderzoek met contrastmiddelen, u voorbereiden met medicatie tegen een allergische reactie.
Jodium en schildklieraandoeningen
Meld aan uw behandelend arts en de afdeling radiologie, wanneer u op korte termijn (binnen een half jaar) een behandeling moet ondergaan voor een kwaadaardige aandoening in de schildklier, een struma of een diagnostisch onderzoek met radioactief jodium.
Zwangerschap
De risico’s voor uw ongeboren kind zijn bij het toedienen van jodiumhoudend contrastmiddel zeer klein. Er kan een kleine hoeveelheid van de contrastvloeistof bij de ongeboren vrucht komen. Deze hoeveelheid is echter zo klein dat u zich geen zorgen hoeft te maken over nadelige gevolgen.
Borstvoeding
Een zeer klein deel van de contrastvloeistof kan in de moedermelk terechtkomen en door de baby worden gedronken. Deze hoeveelheid is echter zo klein dat er geen zorg hoeft te bestaan voor nadelige gevolgen voor de baby. Het is dan ook niet nodig om tijdelijk met de borstvoeding op te houden.
FINANCIËLE ASPECTEN
Deze informatie betreft de verzekering en vergoeding van uw behandeling. Heeft u een verwijzing van uw huisarts? Dan dekt uw zorgverzekering 60%-100% van uw behandeling. Wij vergoeden de resterende 40% – 0% voor u. U betaalt dus niets extra’s.
Ons privacyreglement vindt u op http://www.acibademimc.com/over-ons onder Privacy & klachten. Hier vindt u informatie over de mogelijkheid tot het melden van onveilige situaties (waaronder (bijna-)incidenten); klachten en/of claims;
Bij complicaties kunt u de kliniek (buiten) werktijden op het noodnummer bereiken: 06-214 66 796
Vragen of suggesties?
Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op via telefoonnummer: 020 238 8800.
Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, heeft u opmerkingen over deze brochure of over de gang van zaken tijdens het onderzoek die nuttig kunnen zijn, dan vernemen wij het graag. Volgende patiënten kunnen hier baat bij hebben.
Wat ik nog wil weten:
Versie: januari 2019