Bekkenbodemoperatie Manchester Fothergill

Algemeen

Uw gynaecoloog heeft met u besproken om de verzakking van de baarmoeder te verhelpen met een bekkenbodemoperatie: Manchester Fothergill. In deze folder leest u meer over het verloop van de operatie en hoe u zich kunt voorbereiden.

IMAGE

Afbeelding 1. Op deze afbeelding ziet u de bekkenbodem en de organen zonder verzakking.

Manchester Fothergill

Manchester Fothergill is een operatie waarbij de gynaecoloog de banden rond de baarmoeder naar elkaar toe hecht. De baarmoeder wordt hierdoor omhooggetrokken. Als door de verzakking ook de baarmoederhals te lang is geworden, kan tijdens deze operatie ook een deel van de baarmoederhals worden verwijderd. Vrouwen die door de verzakking het gevoel hadden een bal tussen de benen te hebben, zijn dit gevoel na de operatie meestal kwijt. Ook het zware gevoel in de rug of buik na lang staan is na deze operatie meestal over. Gemeenschap is na de operatie vaak prettiger. De gynaecoloog voert deze ingreep uit via de vagina. U heeft na de operatie dus geen buikwond. Voor deze operatie wordt u 2 tot 3 dagen opgenomen in het Acibadem IMC.

Waarom een Manchester Fothergill

Er zijn verschillende operatieve mogelijkheden om een verzakking van de baarmoeder te verhelpen. De best passende behandeling is afhankelijk van de ernst van de klachten, de uitslag van verschillende onderzoeken en het effect van eerdere behandelingen. De gynaecoloog heeft met u besproken waarom een Manchester Fothergill voor u geschikt is. Vaak wordt deze operatie gecombineerd met voorwandplastiek, soms ook met een achterwandplastiek. Meer informatie over voor- en/of achterwandplastiek zie B. en C. ‘SSF folder’. Een baarmoederverzakking is niet ernstig. Neemt u daarom de tijd om de voor- en nadelen van een Manchester Fothergill tegen elkaar af te wegen. De voor- en nadelen van een operatie bespreekt ook de gynaecoloog met u. Verderop in de folder leest u over de mogelijke complicaties die kunnen optreden na deze operatie.

Voorbereiding op de operatie

Afspraak op het pre-operatief spreekuur

Als de voorbereiding op uw operatie in het ziekenhuis plaatsvindt, heeft u een afspraak op het pre-operatief spreekuur. U heeft dan een gesprek met de anesthesioloog. De anesthesioloog bespreekt met u op welke manier u wordt verdoofd tijdens de operatie en met welke medicijnen u eventueel (tijdelijk) dient te stoppen. Meer informatie over de manier van verdoven vindt u in de folder Anesthesie.

Daarna volgt er een telefonische afspraak met het planningsbureau waarbij u te horen krijgen wanneer u geopereerd wordt.

Waar meldt u zich

U wordt de (werk)dag vóór de operatie gebeld over het tijdstip waarop u wordt verwacht in het ziekenhuis. Meldt u zich op de afgesproken tijd bij de receptie van de hoofdingang van het Acibadem IMC. U wordt hier opgehaald.

De operatie

Aan de achterzijde van de baarmoeder lopen twee stevige banden opzij en omhoog naar het heiligbeen. De gynaecoloog hecht deze banden naar elkaar toe. Bij het knopen van de hechtingen wordt de baarmoeder omhooggetrokken. De verzakking is dan verholpen. De gynaecoloog legt vervolgens een extra hechting door de vagina. Hierdoor gaat ook de achterwand van de vagina omhoog. Dit voorkomt een verzakking van de vagina aan de achterkant. Daarna worden de banden aan de voor- en zijkant van de baarmoeder naar elkaar toegetrokken en vastgezet. Als de baarmoederhals door de verzakking te lang is geworden, dan verwijdert de gynaecoloog ook een deel van de baarmoederhals. Om de wond in de baarmoederhals af te sluiten, wordt vaginoweefsel gebruikt. De operatie duurt 60 minuten. Wanneer de Manchester Fothergill uitgevoerd wordt in combinatie met een voor- en/of achterwandplastiek duurt de operatie 60 tot 90 minuten.

Na de operatie

Na de operatie wordt u teruggebracht naar de verpleegafdeling. U heeft een katheter in uw blaas en in uw vagina een tampon van gaas. De katheter en de tampon worden de dag na de operatie verwijderd. Wanneer u goed kan plassen en u zich goed voelt, mag u de dag na de operatie naar huis. U krijgt dan een recept mee voor Movicolon, wat helpt om de ontlasting na de ingreep zachter te maken.

Controle

Voordat u naar huis gaat, krijgt u een controle-afspraak mee naar huis. Deze afspraak vindt ongeveer 6 weken na de operatie plaats op de polikliniek Gynaecologie.

Adviezen voor thuis

Het is belangrijk dat u thuis de tijd neemt om te herstellen. Zorg ervoor dat u werkzaamheden rustig opbouwt. Probeer te voelen wanneer u moe bent of pijn heeft. Dit is een teken dat u te veel doet en neem dan meer rust. Na hoeveel weken u alle activiteiten weer kunt doen zoals voor de ingreep verschilt van persoon tot persoon. Over het algemeen lukt het na uiterlijk 6 weken weer om te werken, sporten of ander zwaar lichamelijk werk te verrichten. U mag de eerste 2 weken na de operatie niet zelf autorijden. Na de operatie krijgt u van de verpleegkundige uitgebreide instructies mee voor thuis.

Ontlasting en plassen

Het is belangrijk dat u niet perst tijdens het ontlasten. Eet daarom vezelrijk (30 g vezels per dag) en drink 1,5 – 2 liter vocht per dag. Soms krijgt u een recept voor laxeermiddelen. Neem de tijd om rustig en ontspannen leeg te plassen. Een bekkenfysiotherapeut kan u hierin begeleiden als u merkt dat u tijdens de stoelgang toch perst. Er is een folder beschikbaar met de instructies over De juiste manier naar het toilet.

Seksualiteit

De eerste weken na de operatie kunt u beter geen seks hebben. De wand van de vagina kan daardoor beschadigen. Na ongeveer 6 weken is de wand meestal goed genoeg hersteld. De gynaecoloog zal dit eerst controleren en met u bespreken.

Uitstrijkje

Als u na de operatie oproepen krijgt voor het bevolkingsonderzoek, dan kunt u het uitstrijkje laten maken bij uw huisarts.

Complicaties

Elke operatie brengt risico’s met zich mee. De kans op complicaties bij deze operatie is klein. De volgende complicaties en/of bijwerkingen kunnen optreden:

Beschadiging aan de darm, blaas of urineleider

Bij 1 tot 2 procent van de patiënten wordt tijdens de operatie de darm, blaas of urineleider beschadigd. De gynaecoloog verhelpt dit meteen. Het kan zijn dat u dan langer in het ziekenhuis moet blijven en langer een katheter houdt.

Knik in de urineleider

Er kan tijdens de operatie een knik in de urineleider ontstaan, maar dat dit niet direct wordt opgemerkt. U krijgt dan na enkele dagen pijn in de rechter- of linkerzij. Neemt u bij deze klachten direct contact op met de huisarts. Buiten kantoortijden kunt u de huisartsenpost bellen.

Problemen met plassen

Dit kan komen doordat de blaas is losgemaakt van de baarmoeder. Deze klachten gaan meestal vanzelf over.

Bloedverlies

Het kan zijn dat u na de operatie nog enige tijd bloed verliest. Zelfs als het bloedverlies al is gestopt, kan het voorkomen dat u een week later toch weer gaat bloeden. Dit komt meestal uit het wondgebied van de baarmoederhals.

Opnieuw een verzakking

Er is een risico dat er opnieuw een verzakking komt. Ongeveer 1 op de 3 vrouwen heeft binnen 10 jaar weer verzakkingsklachten.

Afsluiting baarmoeder

Als een deel van de baarmoederhals is verwijderd, kan de opening naar de vagina dichtgaan door littekenvorming. Dit betekent dat bij een menstruatie het bloed niet uit de baarmoeder kan. Het gevolg hiervan is dat het bloed zich in de baarmoeder ophoopt. Neemt u daarom bij het eventueel wegblijven van de menstruatie en/of buikpijn contact op met uw huisarts.

Vragen of suggesties

Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen, neem dan contact op via telefoonnummer: 020 238 8800.

Bent u van mening dat bepaalde informatie ontbreekt of onduidelijk is, heeft u opmerkingen over deze brochure of over de gang van zaken tijdens het onderzoek die nuttig kunnen zijn, dan vernemen wij het graag. Volgende patiënten kunnen hier baat bij hebben.

Ons privacyreglement vindt u op http://www.acibademimc.com/over-ons onder Privacy & klachten. Hier vindt u informatie over de mogelijkheid tot het melden van onveilige situaties (waaronder (bijna-)incidenten); klachten en/of claims;

Bij complicaties kunt u de kliniek (buiten) werktijden op het noodnummer bereiken: 06-214 66 796

Wat ik nog wil weten:

 

Versie: maart 2026